30-09-2026 · Kris Van Loo · Kris Van Loo
Dierenwelzijn, het paradepaardje van Ben WeytsVorige week kwam Ben Weyts (N-VA) vooral in het nieuws als minister van Begroting. Hij is sinds 2014 minister in de Vlaamse Regering. In zijn eerste legislatuur was Ben Weyts bevoegd door onder meer Mobiliteit en Openbare Werken. Nadien werd hij minister van Onderwijs en Sport. Momenteel is hij onder meer bevoegd voor Financiën en Erfgoed. Doorheen 3 legislaturen met telkens andere bevoegdheden, zijn er echter 2 constanten: Vlaamse Rand en Dierenwelzijn. Die bevoegdheid heeft hij expliciet geclaimd en dat is geen toeval. Dieren zijn hem dierbaar en liggen hem nauw aan het hart.
Federaal versus Vlaams, dierenwelzijn versus landbouw
Ben Weyts: ‘Dierenwelzijn bestond ook vroeger al, het was evenwel een federale bevoegdheid en veel aandacht werd er niet aan geschonken. Toen het in 2014 een Vlaamse bevoegdheid werd, heb ik dat naar mij toegetrokken. De eerste en misschien wel belangrijkste verandering, was Dierenwelzijn loskoppelen van het Departement Landbouw. Laten we zeggen dat dierenwelzijn en landbouw niet altijd compatibel is. Je merkt dat nu nog bij Europese collega’s van Landbouw die ook Dierenwelzijn in hun portefeuille hebben. Veel prioriteit wordt er doorgaans niet aan gegeven.’
Frisse wind en wit blad
De bevoegdheid Dierenwelzijn stelde voor 2014 niet veel voor, wat minister Weyts toeliet om met een frisse blik en vanaf een wit blad te beginnen. Een van zijn eerste maatregelen zorgde meteen voor de nodige controverse: ‘Het onverdoofd slachten heeft een weg van anderhalf jaar diplomatiek overleg gekost om finaal tot een stemming te komen in het Vlaamse Parlement waarbij niemand tegenstemde. Het geeft altijd voldoening wanneer je boven alle partijgrenzen heen tot een consensus kan komen.’
Partijoverschrijdende eensgezindheid
Dieren slagen er in om partijoverschrijdende eensgezindheid te bereiken. De gevoeligheid voor dieren leeft misschien niet even sterk in elke partij, maar hun grote voordeel is wel dat ze geen politieke kleur hebben. ‘Partijgenoten en collega’s van andere partijen weten heel goed dat dieren gevoelig liggen bij mij. En ja, dat wordt wel eens politiek gerecupereerd omdat ze weten hoe belangrijk dat item is voor mij. Dieren zijn mijn zwakke plek. Al heb ik op mijn beurt ook bevoegdheden om in de weegschaal te leggen.’
Schepen en politie
‘Het is goed dat we de Vlaamse samenleving hebben kunnen mobiliseren rond het thema dierenwelzijn. Voor het een aparte Vlaamse bevoegdheid werd, waren er in gemeenten en steden amper schepenen van Dierenwelzijn. Vandaag is dat een standaard bevoegdheid. Die lijn kan je tevens doortrekken naar de politie. Daar was aanvankelijk veel verzet tegen. Ook dat behoort tot het verleden: nu is er in elke politiezone wel een verantwoordelijke die zich toelegt op dieren. Vanuit het departement Dierenwelzijn hebben we een Codex Dierenwelzijn opgesteld en organiseren we regelmatig opleidingen voor de politie. Ook de parketten zijn gevolgd. Ze organiseren zelfs themadagen waarbij alle dossiers rond dierenwelzijn behandeld worden. Het is zelfs een vervolgingsprioriteit geworden, daar waar het voorheen als curiosum bekeken werd. We hebben in alle geledingen van onze samenleving een draagvlak voor dierenwelzijn gecreëerd. We zijn er met de regelgeving, controle en handhaving significant op vooruit gegaan.’
Een andere initiatief van Ben Weyts is de centrale website voor de dierenasielen die gemiddeld 3.000 dieren een tweede thuis aanbieden. De website adopteereendier.be telt tegenwoordig jaarlijks één miljoen unieke bezoekers.
Vlaanderen als trendsetter
Het mag gezegd zijn dat dierenwelzijn ingeburgerd is in Vlaanderen, al zit niet elk Europees land op dezelfde golflengte of kijkt niet elke Europeaan op dezelfde manier naar een dier.
Vlaanderen is trendsetter en speelt binnen Europa een voortrekkersrol op gebied van dierenwelzijn: van honden en katten via pelsdieren tot kippen. Minister Weyts heeft de ambitie om Dierenwelzijn echt op de Europese agenda te krijgen. Er is inmiddels al een Europees Commissaris voor Dierenwelzijn, een eerste stap in de goede richting. ‘Vlaanderen neemt in Europa een voortrekkersrol op. Wij zijn een voorbeeld waar andere landen zich aan spiegelen. Al moeten in sommige regio’s de geesten nog rijpen. Het belet ons niet om met onze initiatieven aandacht te vestigen en te tonen hoe het wel kan. Enkel zo boek je vooruitgang en wij gaan daarover in dialoog met andere landen. Alles is beter dan niks doen.
Een dankbaar departement
De zorg, aandacht en het engagement voor dieren werd Ben Weyts met de paplepel meegegeven. De minister groeide op tussen de dieren. Het is bijgevolg geen toeval dat dierenwelzijn in zijn ministerportefeuille belandde. Het is een dankbaar departement, bekent de minister. Omdat er voor hem quasi niks was en hij het voorbije decennium enkel vooruitgang boekte. Ben Weyts heeft thuis zelf ook een hond, twee katten, een paard en een veulen en zij geven hem rust en beweging.
Verpaarding
Bepaalde middenveldorganisaties hebben het begrip verpaarding in het leven geroepen. ‘Dat wordt te pas en nog meer te onpas gebruikt en daar hoeft de paardensector zich geen zorgen over te maken. Wat is er mis met een weide waar dieren grazen, ongeacht of het een koe of een paard is? Het argument dat een koe een economische waarde heeft, is al helemaal te verwaarlozen als je kijkt naar de economische impact en toegevoegde waarde van de paarden. Weilanden worden te duur, hoor je dan. Klopt helemaal, maar wie wordt daar beter van? Toch de landbouwers die verkopen? Sommigen hanteren het principe van de vrije markt enkel als het hen uitkomt. Het probleem in Vlaanderen met de beschikbare landbouwgrond is dat er te veel gewassen geteeld worden voor veevoeders en te weinig voor de mens. Er is een dalende trend van landbouwdieren, al tellen we in Vlaanderen nog net geen 5 miljoen varkens en 1,2 miljoen koeien en runderen.’
Niet correct dat we de komst van de wolf faciliteren
Er zijn prooidieren en roofdieren en die laatste hebben het wel vaker gemunt op veulens en pony’s. Bij de Vlaamse paardenfokkers uit vooral Limburg zit de schrik er goed in. Hoe verzoent minister Ben Weyts het dierenwelzijn met de komst van de wolf? ‘Daar sta ik heel kritisch over. Ik vind het niet correct dat we de komst van de wolf faciliteren. Omdat het ten nadele is van vele andere dieren. Alle dieren zijn gelijk, al staat de wolf daar blijkbaar iets boven. Daarbij leven we in Vlaanderen nu eenmaal in verstedelijkt gebied en dan kan je de vraag stellen of daar plaats is voor zo’n roofdier? Het is een retorische vraag. Zijn Europese beschermingsstatus komt uit een collectief schuldgevoel van de teloorgang van bepaalde diersoorten. Europa promootte de blijde intrede van de wolf, al is dat fictief omdat we vandaag in een andere wereld leven. De wolf keert niet meer terug in de habitat waar zijn voorouders in gedijden. Kunnen we niet beter zorg dragen voor de bestaande dieren? In plaats van een artificiële nieuwe realiteit voor te spiegelen die niet aangepast is aan de leefomstandigheden van de wolf. Kort samengevat, is het leven van een gedomesticeerd dier dan zo veel minder waard dan dat van een wolf? Ik vind van niet.’
Ben & paarden
Ben en de paarden. Hij ziet ze graag en staat er liefst langs. ‘Mijn vader nam afscheid van de paarden toen ik op de leeftijd kwam om te beginnen paardrijden. Dat knaagde en vervolgens heb ik me ingeschreven voor pony- en paardenkampen en daar is het bij gebleven. Ik beken, wat paarden betreft heb ik meer liefde dan kennis en kunde. Mijn vrouw Marijke rijdt paard en als we samen gaan wandelen, zit zij op ons paard en ik op mijn fiets. Als ik ooit meer tijd heb, ga ik de draad terug oppikken.’
Kritiek en politieke polemiek
Volgend jaar kan de minister alvast kijken hoe het moet tijdens het EK Jumping in Waregem. Dat de financiële steun van de Vlaamse Overheid controverse veroorzaakte, kan Ben Weyts goed plaatsen: ‘enerzijds heeft dat te maken met de budgettaire barre tijden, anderzijds kampt de paardensport onterecht met een elitair imago. Dat vooroordeel geeft dan aanleiding tot kritiek en politieke polemiek door verkeerde associaties. Meer hoef je daar niet achter te zoeken, klaar. Terwijl we als overheid ook geïnvesteerd hebben in de hockey infrastructuur van Wilrijk en tal van andere internationale kampioenschappen op Vlaamse bodem. Feit is dat we elk dossier doorlichten op zijn economisch rendement en ons als overheid enkel engageren wanneer we er meer uithalen dan we er insteken. En wat de verkeerde perceptie van het imago betreft, enkel dagen na het WK in Aken ontmoette ik een zeer fijne, bescheiden vicewereldkampioen: Thibeau Spits, die in geen enkel opzicht iets elitairs heeft. Dat is de reële paardensport.’